Ergens onderin de bureau-la van de predkant. In een achterafhoekje van de website van de kerkelijke gemeente. In de kast bij het kerkelijk bureau. In veel christelijke gemeentes zijn dat populaire plekken om het beleidsplan van de kerk te bewaren.
Tegelijkertijd is de kans groot dat diezelfde christelijke gemeente voor diepgaande vragen staat: wat voor ’n gemeente willen wij zijn? Welke mensen brengt God op onze weg als onze ‘doelgroep’? Hebben we over tien jaar nog een kerkgebouw nodig?
Een inspirerend plan maken dat niet in de kast verdwijnt: het kan, als je aan de volgende vier dingen denkt.


Samengevat
Een nuttig kerkelijk beleidsplan dat niet in de la verdwijnt:
1. komt tot stand onder leiding van een kerkbestuur dat geestelijk leiderschap centraal zet
2. krijgt draagvlak en eigenaarschap door eerlijk gesprek met alle  gemeenteleden
3. is inspirerend door korte maar krachtige taal
4. is specifiek voor déze gemeente in déze woonplaats voor de komende afgebakende periode


delegeer gesprek over beleid niet

Kerkenraden en oudstenraden zijn druk. Roosters maken, vrijwilligers aansturen, praktische zaken regelen. Vaak besteden kerkbesturen daarom zaken rond visie en beleid uit. Twee typerende kerkelijke oplossingen zijn het instellen van een beleidscommissie of het delegeren aan de predikant. Zij komen na een aantal maanden met een stuk tekst, dat de kerken- of oudstenraad beleefd accepteert. Om het vervolgens even beleefd in de kast te leggen.

Wat gaat hier mis? De kerkenraad stelt haar prioriteiten verkeerd! Dagelijkse beslommeringen vanaf de ‘werkvloer’ van de kerk horen thuis in werkgroepen onder verantwoordelijkheid van de kerkenraad. Vervolgens zou de kerkenraad volop tijd moeten investeren in visie en beleid.
Want visie en beleid horen bij uitstek thuis in de kerkenraad. Een kerkbestuur is er om de gemeente te leiden. Krachtig geestelijk leiderschap betonen betekent: durven loskomen van de regeldingetjes van het kerkelijk leven, durven spreken over de grotere lijnen daarachter. Laat het in de kerkenraad gaan om bezieling, dromen, verlangens en onvervulde gebeden.

het gesprek is belangrijker dan het plan

Een beleidsplan maken in de kerkenraad is niet ‘een klus die ook nog gedaan moet worden’, het is  klus die gedaan moet worden. Zou het kunnen zijn dat een kerkenraad zaken als beleid óók snel delegeert omdat het nu eenmaal gemakkelijker is te besluiten over – bijvoorbeeld – de aanschaf van apparatuur dan over de vraag waar de gemeente over tien jaar wil zijn?

Beleid maken is in de kerk een kwetsbaar proces. Geen enkel gemeentelid is hetzelfde; alle generaties zijn op hun eigen wijze bij het kerk-zijn betrokken. Hoe meer mensen betrokken zijn, hoe meer stemmen zich in het gesprek mengen. Dat is spannend.
Maar is ook noodzakelijk. Want alleen ga je sneller, maar samen kom je verder. Voor een breed draagvlak van een beleidsplan is open, eerlijk gesprek over de toekomst van de gemeente nodig. Gesprek, waarin ruimte is voor geloof en hoop, maar evengoed voor twijfel en angst. Zo’n gesprek brengt gemeenteleden met elkaar in gesprek, en verbindt ze aan elkaar.

Het is de verantwoordelijkheid van de kerkenraad zulk opbouwend gesprek te faciliteren. Gesprek over beleid, gevoerd in het grondvlak van de gemeente, draagt meestal meer vrucht dan beleid dat van ‘bovenaf’ in de gemeente wordt gelegd. Dat vraagt om een kerkenraad die gelovig, eerlijk en inspirerend met haar gemeente in gesprek durft te gaan.

minder is beter

Kerkelijke beleidsplan zijn vaak opvallend lang. Ik heb beleidsplannen van vijftig pagina’s gezien. Maar een lang beleidsplan is bij voorbaat geen goed beleidsplan. Het belangrijkste doel van een beleidsplan is immers de gemeente richting te geven. Beleid vormen betekent: keuzes maken, accenten leggen, durven concentreren. Als er meer dan 5 pagina’s tekst nodig zijn die keuzes toe te lichten, betekent het dat er niet voldoende gekozen is. Concentreer je op hoofdlijnen!

Een vuistregel is: 1 pagina per beleidsthema (of beleidsjaar). Er zit genoeg concentratie in de tekst als je elk beleidsthema in één zin kunt samenvatten. Zo’n zin onthouden gemeenteleden ook makkelijk: het plan belandt dan niet in de kast, maar in de hoofden van mensen.

Het is ook goed een beperking in de tijd aan te brengen. De Protestantse Kerk in Nederland schrijft beleidsplannen voor vijf jaar voor. Gemeenteleden die in het bedrijfsleven werken, leren mij dat een beleidsperiode van vijf jaar voor de meeste bedrijven tamelijk lang is. De samenleving verandert – wie weet wat 2023 brengt? Twee tot drie jaar lijkt beter.

Tot slot: een beleidsplan is geen werkplan. Een beleidsplan brengt de nodige concentratie aan door ontwikkelingen te duiden, en keuzes te onderbouwen. Een gemeente-breed beleidsplan kan worden uitgewerkt in werkplannen voor elke vrijwilligers die in de kerk actief is. In het werkplan worden de grotere lijnen van het beleidsplan omgezet in meetbare, haalbare actiepunten. Ook daar geldt weer: beleid maken is kiezen. Beslis wat je gaat doen, en wat je laat!

durf specifiek te zijn

Wil je snel weten of je beleidsplan goed past bij jullie kerkelijke gemeente? Vervang dan de woonplaats in de tekst eens door Lutjebroek. Klopt het plan van jullie gemeente óók voor Lutjebroek? Dan is het plan te weinig verbonden aan de context waarin jullie kerk-zijn. Laat een beleidsplan kleur hebben! Wat is de roeping van deze gemeente in dit dorp en in de komende afgebakende periode? Inwisselbare plannen zijn geen vruchtbare plannen.

Wollige kerkelijke taal helpt niet mee. En uiteraard is het een goed idee om de Bijbel te betrekken in je beleidsplan – maar maak er geen preek van. Kies liever één overkoepelend Bijbels beeld dan talloze bijbelteksten. Algemene christelijke waarden als ‘naastenliefde betonen’, ‘gastvrij zijn’ of ‘vredelievend met elkaar omgaan’ zijn te algemeen. Zulke waarden hoef je niet nader te beschrijven, ze staan al in je Bijbel. In de regel kun je stellen: als een uitspraak geldig is voor elke christelijke gemeente, hoort ze niet in een beleidsplan thuis (welke kerk zou niet vredelievend of gastvrij willen zijn?).

Sommige beleidsplannen verwarren waarnemingen met beleidspunten. Hoeveel PKN-gemeenten hebben niet ‘veelkleurig gemeente-zijn’ in het beleidsplan opgenomen? Die term is te vaag, want wat is ‘veelkleurig’ precies? Daarnaast is het een waarneming, geen keuze: je bent een gevarieerde gemeente of je bent het niet. Het wordt pas een beleidspunt als het specifieker geformuleerd wordt: ‘wij willen meer variatie in het ledenbestand aanbrengen door meer leden te werven die jonger zijn dan 40 jaar en dat gaan we doen door….’

Heb je ervaring met het maken van een kerkelijk beleidsplan? Laat jouw tip achter!