Daniël leeuwenkuil missionaire bijbelstudie

De missionaire wijsheid van Daniël

Daniël leefde in een wereld die de zijne niet was. De eerste vier hoofdstukken van het gelijknamige bijbelboek spelen zich af aan het hof van de koning van Babel, Nebukadnessar. God zorgde ervoor dat balling Daniël een hoge positie als rijksambtenaar kreeg. Maar Daniël verloochende daarbij zijn afkomst niet. Daarin kan jij van hem leren: hoe sta je als gelovige tegenover een niet-christelijke omgeving? Missionaire wijsheid van Daniël: drie praktische adviezen.

vertrouw én wees slim

In Daniël 1 komt Daniël aan het hof van de koning van Babel. Daar sprak men een andere taal, kreeg Daniël een andere naam en er stond ander eten op tafel. Wat dat laatste betreft is Daniël vastbesloten (1:8): hij zal niet eten wat hij van zijn God niet eten mag. De schrijver van het bijbelboek haast zich erbij te zeggen dat God er daarbij voor zorgt dat het koninklijk personeel Daniël gunstig gestemd was (1:9). Daardoor word het voornemen van Daniël, dat niet in de koninklijke etiquette van het paleis paste, niet meteen afgestraft. God voorziet direct in wat Daniël nodig heeft: geduld bij het koninklijk personeel. Daniël had er op voorhand al op vertrouwd dat het zo zou gaan.

Maar vervolgens (1:10) begint het koninklijk personeel toch te twijfelen. Daniël speelt een slimme troef uit. Hij vraagt toestemming om voorlopig zijn eigen dieet te mogen blijven volgen (1:12). Als de proef op de som genomen is, mag er opnieuw geoordeeld worden. Zo is het ook gegaan: na de proeftijd blijkt Daniëls dieet gezonder. Daniëls ‘proef op de som’ heeft goed uitgepakt: voortaan mag hij blijven eten wat hij wil.
Ook hier is het Gód die voorziet in wat nodig is. Dit keer niet direct, maar indirect. God maakte Daniël strategisch wijs. Bij de twijfel van het personeel zoekt Daniël niet de confrontatie om zijn zin gedaan te krijgen. Maar Daniël onderhandelt op slimme wijze, om alsnog zichzelf te kunnen blijven.

God geeft wat je nodig hebt om als christen staande te blijven in een niet-christelijke omgeving. Soms direct (door omstandigheden of mensen om je heen te veranderen), soms indirect (door gaven of talenten of mogelijkheden of middelen die Hij je schenkt).

behoud respect en tact

Het vorige voorbeeld geeft al aan dat Daniël strategisch sterk was. Het is niet zijn missionaire stijl om als olifant door de porseleinkast te gaan: ‘hier ben ik, ik kan niet anders, ik ben nu éénmaal gelovig en jullie niet.’ In plaats daarvan is Daniël wijs, respectvol en tactisch. Hij houdt aan de ene kant zijn geloof duidelijk voor ogen, aan de andere kant staat hij volop in de wereld waarin hij leeft.

In het tweede hoofdstuk blijkt dat nog duidelijker. Daniël gaat ‘discreet en tactvol’ (2:14) om met het koninklijk personeel. Ook met de koning zélf is Daniël voorzichtig. De koning is met het verkeerde been uit bed gestapt, want hij had een nachtmerrie. De koning gebiedt dat zijn adviseurs vertellen wat hij droomde, en ook dat zij uitleggen wat die droom te betekenen had. Maar de adviseurs geven aan dat die vraag van de koning te moeilijk voor hen is (2:11). De koning wordt boos en laat alle adviseurs doden (2:12).

Uiteindelijk komt de koning bij Daniël terecht. God voorziet Daniël van kennis over de droom van de koning en de betekenis daarvan. Daniël werd daarmee een betere adviseur dan al die andere. Bovendien weet Daniël dat zijn God in staat is dromen te onthullen, terwijl dat de afgoden van Babel en hun bezweerders niet gelukt was (2:27). Toch gaat Daniël niet naast zijn schoenen lopen. Als ik in zijn schoenen had gestaan, had ik dat misschien wel gedaan. Zoiets gezegd als: ‘Zie je wel, koning, die goden van jou stellen niks voor en je adviseurs ook niet. Geloof in mijn God, dat is veel beter.’ Christenen neigen vaak naar zo’n soort reactie richting niet-christenen: dat we proberen duidelijk te maken hoe goed God is, door vooral te benadrukken hoe slecht de levensstijl of keuzes van andersgelovigen zijn.

Daniël maakt een andere keuze. Hij antwoordt de koning met feitelijke informatie: ‘Niemand van uw adviseurs kon de droom verklaren’ (2:27). Hij trekt het andersoortige geloof van de koning niet naar beneden, door de feiten te benoemen (en niet zijn mening). Daardoor blijft de koning ook luisteren naar het alternatief dat Daniël vervolgens aanbiedt: ‘Maar er is een God in de hemel die mysteries onthult’ (2:28). Daniël verheft zich niet boven de adviseurs of de koning, integendeel: hij erkent expliciet dat hij niet ‘hoger’ is dan anderen (2:30).

Waak er in gesprekken met anders- of niet-gelovigen voor hun levensvisie neer te halen. Er is nog nooit iemand tot geloof gekomen doordat z’n waarden en normen afgekraakt werden. Stel je oordeel uit, luister eerst goed. Hoor, achter die levensvisie die anders is dan de jouwe, vooral onderliggende zorgen en problemen (zoals de nachtmerrie van de koning). Bied daarna pas het perspectief van onze God in de hemel.

onthoud dat bekering in stapjes komt

Daniël 3 is overbekend. Het gaat over Daniëls vrienden die de vuuroven overleven. Koning Nebudkadnessar weet niet wat hij ziet. Hij zegt tegen zijn personeel: ‘We hebben toch drie geknevelde mannen in het vuur gegooid? (…) Maar ik zie vier mannen vrij rondlopen in het vuur. Ze zijn ongedeerd en de vierde lijkt op een godenzoon.’ ‘Godenzoon’ was in die tijd een gangbare naam voor halfgoden. Soms werden koningen, zoals Nebudkadnessar, daaronder gerekend. In elk geval spreekt de koning van Babel hier de religieuze taal van zijn eigen, heidense religie.

Zo gaat het vaker met mensen die zich bewust worden van het bestaan van de God van de Bijbel. Ze zien iets, maar weten niet precies wat ze zien. Zij geven er woorden aan in hun eigen religieuze ‘taal’. Ze verwoorden dingen niet meteen in onze ‘Tale Kanaäns’. Soms drukken ze zich uit op een manier die een doorgewinterd christen de tenen doet krommen. Essentieel is dat je op dat moment de ander niet direct corrigeert. Daniëls vrienden zeggen niet tegen de koning: ‘Het is geen godenzoon, het is een engel.’ Dat had hen tot betweters gemaakt, en het gesprek doodgeslagen. Pas naderhand ziet de koning zelf in dat het een engel was (3:28). En zelfs dan nog valt de koning erna terug in zijn oude spraakgebruik (4:5).

Wanneer is een evangelisatiegesprek ‘gelukt’? Onbewust hoopt elke christen erop een ander tot Jezus te kunnen leiden. Dat dit gesprek het ene, allesbeslissende gesprek zal worden waarin het hemels licht voorgoed doorbreekt. Maar de nuchtere werkelijkheid is dat de weg tot bekering vaak lang is. Op die weg worden vele stapjes gezet. Een missionair contact is ‘gelukt’ als op die lange weg één klein stapje wordt gezet. Dát de koning zich rond de vuuroven realiseert dat de God van Daniël werkelijk bestaat, is dat kleine stapje. Pas veel later breekt het licht bij hem echt door (4:31-34). En tussen dat eerste en het laatste stapje in zal hij zich langzaam maar zeker de taal en het geloof van de God van het verbond eigen maken.

Schrik niet als iemand andere woorden geeft aan geloof of religie dan jij zou doen. Het is niet per sé zo dat die ander ver bij God vandaan is omdat hij/zij andere taal gebruikt dan jij. Prik door de woorden heen, duid wat die ander ervaart voorzichtig in christelijke taal, maar corrigeer niet al te hardhandig. Bekering komt in stapjes, en gelukkig maar: dan hoef je niet van die ander te verwachten dat die ineens alle christelijke woorden begrijpt. En niet ‘af te haken’ als iemand nog heel ver weg bij God vandaan lijkt. Het kon best eens zijn, dat God al dichtbij die ander is!

Heb je onze Daniël-sessies al gezien? In 16 filmpjes staan we uitgebreid stil bij de betekenis van het bijbelboek Daniël. Bekijk de Daniël-sessies.

Arjan Berensen

Fulltime predikant in de Protestantse Kerk in Nederland. Hoofdredacteur Theologie.nl. ZZP'er Online content & marketing. Vader van een tweeling. 39 jaar. Gadgetfreak. Koffieleut. Bosmens.

Dit vind je misschien ook interessant...

2 Comments

  1. Prachtig! Ik ben moeder en had er bewust voor gekozen niet te werken toen de kinderen klein waren. Ik woon in een christelijk dorp waarin je je niet alleen voelt op christelijk gebied en ook niet vaak het idee had dat ik me hoefde te verdedigen op dat gebied. Nu zijn de kinderen groot en wilde ik toch graag weer aan het werk. Werk nu in een bedrijfje waar veel gevloekt en zoals wij dat dan zo makkelijk zeggen: “ niemand doet ergens aan” ik merk dat ik dat heel moeilijk vind. Ik vind de mensen leuk, maar hun vloeken en hun doen en laten vind ik soms moeilijk. Het aller ergste van mezelf vind ik dat ik nooit de moed heb om er iets van te zeggen. Vaak bid ik wel of God me wil helpen om een lichtje te zijn, misschien dat ik niet zo goed met woorden ben en op die manier niet mensen een stukje van God kan laten zien, maar ik hoop dat ik dan door “doen” een heel klein beetje van God mag laten zien, door bijvoorbeeld anderen te helpen als zij nog niet klaar zijn. Dit stuk vind ik mooi om te lezen want zo zie je dat je er eigenlijk niet krampachtig mee om hoeft te gaan, dat God zelf Zijn hulp bied en jou geeft wat nodig is om mensen beetje bij beetje bij God en Jezus te brengen. Ik hoef het niet zelf te doen, God gebruikt mensen op Zijn tijd als hulpmiddel. Hoe prachtig is dat!

  2. […] Lees ook ons achtergrondartikel bij Daniël 1-3: de missionaire wijsheid van Daniël. […]

Reageer. Dat vinden we leuk!